Van de voorzitter – maart 2020

Ik wil graag met u terugkijken op een enerverende start van het jaar. Een schitterende Panama-conferentie in Zeist in de eerste week na de kerstvakantie. Het NVORWO-bestuur kijkt met plezier terug op deze twee dagen, waarin veel ontmoeten en inhoudelijk met elkaar in verbinding zijn voorop staat. Trots op alle mensen die dit mogelijk maken en er iedere keer de moeite voor nemen kennis en ervaringen met elkaar te delen.

Ook rondom Curriculum.nu zijn we in januari al flink aan zet geweest. We schreven een Position Paper naar de Tweede Kamer waarin we onze bevindingen en aanbevelingen ten aanzien van het eindproduct hebben beschreven. En op 20 januari heeft Michiel Veldhuis namens de NVORWO ook onze standpunten kunnen toelichten in één van de hoorzittingen. Goed gedaan, trots op Michiel en op ons als vakvereniging, want zo hebben we ook ons geluid laten horen. Op het moment van schrijven van deze column weten we nog niet wat de politiek zal beslissen. Op 5 maart volgt hierover een beslissing. We zijn benieuwd! Het zou mooi zijn om met vereende krachten verder te werken aan wat er nu ligt.

In mijn werk als adviseur ben ik vaak en veel met leraren aan het werk rondom het jonge kind. Daarin zoeken we dan naar een visie die past bij hoe jonge kinderen leren. Spelend en experimenterend, heel vaak herhalen, veel doen wat hen aanspreekt en vanuit die interesse in een rijke leeromgeving zorgen dat je afstemt op wat leerlingen nodig hebben om zich te ontwikkelen rond de onderwerpen waarvan je de doelen vooraf hebt bepaald.
Het vooraf bepalen van de doelen die passen bij waar kinderen toe zijn aan het volgende stapje is soms een lastige stap. Want alle kinderen zijn aan iets anders toe….
Daarom spreek ik graag van onderwerpen en associeer ik met leraren rondom de doelen die we onderwerpen noemen. Wat moeten de leerlingen leren en wat hoort daar allemaal bij? Hoe ziet de leeromgeving eruit om dit verder te ontwikkelen en vooral ook welke vragen stel jij om die ontwikkeling te ontlokken?
De hele leeromgeving van het jonge kind erbij betrekken betekent veel meer mogelijkheden om te leren. Daar past het inzetten van EDI (expliciete directe instructie) niet bij. Opeens lijken we te denken dat een kleuter door een lesje in de kring al iets zou moeten kunnen.
Ik wil heel graag blijven teruggaan naar het uitgangspunt van leren van jonge kinderen en op zoek gaan naar alle mogelijkheden om daar waar rekenen en wiskunde om ons heen is kinderen daarbij te betrekken, bewust te maken en de betekenisvolle omgeving binnen te halen.
Eigenlijk zou dat wat we met jonge kinderen doen veel langer door mogen gaan wat mij betreft. Herkennen en erkennen dat wiskunde echt overal is en dat we elkaar daar bewust van maken.

Jenneken van der Mark
Voorzitter NVORWO